De standaard van de Koninklijke Marechaussee is op 29 oktober 1931 uitgereikt.
Na de aftocht van de Franse troepen in 1813 streefde de Prins van Oranje, de latere koning Willem I, naar centralisatie en rationalisatie van het overheidsbestuur. In dit proces viel hij terug op de instellingen uit de Franse tijd.
Als op 26 oktober 1814 “un Corps de Maréchaussée” wordt opgericht, staat de Franse Gendarmerie model: centraal aangestuurd en op militaire leest geschoeid, wordt het personeel van dit bereden politiekorps gekazerneerd. De granaat was in West-Europa het teken van de elite-eenheden. Napoleon verstrekte het embleem met de springende granaat aan al zijn gardekorpsen, waaronder de gendarmerie.
Bij de Koninklijke Marechaussee (KMar) is de springende granaat in verschillende uitvoeringen gebruikt. Naast het algemene Marechaussee-embleem voert de KMar ook nog het embleem van de Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten (BSB).
Het Korps Militaire Politie was tussen 1946 en 1950 een eenheid in Nederlands-Indië. Het korps werd, om voldoende militaire politietroepen op de been te krijgen, op 14 augustus 1946 opgericht. Dit onderdeel, dat uit dienstplichtigen bestond, werd later samengevoegd met het Nederlands-Indische personeel van de Koninklijke Marechaussee.
Zie ook sub-pagina emblemen.






