Start Kunduz-missie in 2012

Gepubliceerd op: 29-3-2011

Het opleiden van politieagenten in de Afghaanse provincie Kunduz kan niet eerder beginnen dan begin 2012. Dat schrijft het kabinet aan de Tweede Kamer.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat Nederlandse politietrainers van de Koninklijke Marechaussee al dit voorjaar aan de slag zouden gaan in Kunduz. Dat is nu uitgesteld omdat de benodigde uitbreiding van het trainingscentrum is vertraagd.

Nederland gaat gebruik maken van een Duits trainingscentrum in Kunduz. Dat centrum heeft een regionale functie en leidt ook agenten op voor andere provincies.

Verzekering
De komende zomer zullen enkele Nederlandse marechaussees wel alvast meelopen op het trainingscentrum en ervaring opdoen. Het kabinet heeft van de Afghaanse regering de schriftelijke verzekering gehad dat de opgeleide agenten niet zullen worden ingezet voor militaire taken.

Het kabinet schrijft dat Nederland de eenmaal opgeleide agenten via een zogenaamd 'tracking- and tracingssysteem' wil blijven volgen, om erop toe te zien dat de agenten alleen civiele taken uitvoeren. Van alle agenten worden biometrische gegevens opgeslagen in een databank.

In een eerste reactie op de kabinetsbrief zegt ChristenUnie-woordvoerder Voordewind dat hij bezorgd is over de verslechterde veiligheid in Kunduz. De ChristenUnie, die vóór de missie heeft gestemd, wil niet dat opgeleide recruten buiten de provincie Kunduz uit het zicht verdwijnen.

Acht weken
In de brief schrijft het kabinet verder dat er nog geen overeenstemming is bereikt over de snelle invoering van het verlengen van de training van zes naar acht weken.

"Mocht er (begin volgend jaar) nog geen overeenstemming zijn, dan zal Nederland in Kunduz zelf voorzien in een aanvullende opleidingsmodule van twee weken, zodat de totale duur van acht weken alsnog wordt bereikt," schrijft het kabinet.

De verlenging was een harde voorwaarde voor GroenLinks om in te stemmen met de missie.

Volgens het kabinet is er bij de NAVO, de EU en de Afghanen wel veel begrip voor het standpunt van Nederland.

Bron : NOS

Altijd op de hoogte? Meld u aan voor de wekelijkse nieuwsbrief