Stichting Marechaussee Contact - Actueel

Man aangehouden voor drugsbezit

Man aangehouden voor drugsbezit
De politie Noord-Holland heeft in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee Schiphol vanmiddag op de Rijksweg A4 een man aangehouden. Hij werd naar aanleiding van een tip gecontroleerd.
Vanwege het feit dat de man als vuurwapengevaarlijk bekend stond is dat gebeurd met getrokken wapens. Het verkeer heeft enig oponthoud moeten tolereren.
In de auto van de man werden enkele kilo softdrugs aangetroffen, en 500 gram harddrugs. De drugs zijn inbeslaggenomen, worden nader onderzocht en daarna vernietigd. De verdachte, een 34-jarige man verblijvend in Rotterdam, had ook nog 1200 euro aan vals geld in zijn auto. Ook dit krijgt de verdachte niet meer terug.
De politie Noord-Holland stelt een nader onderzoek in. De verdachte is ingesloten.


Bron: 112 Meerlanden

Lees verder... 13-5-2021

Geweldgebruik opsporingsambtenaren beoordeeld volgens nieuw wettelijk kader

Geweldgebruik opsporingsambtenaren beoordeeld volgens nieuw wettelijk kader
In het Wetboek van Strafrecht komt een apart delict te staan voor opsporingsambtenaren die schuldig zijn aan het schenden van de geweldsinstructie, met lichamelijk letsel of de dood tot gevolg. De Eerste Kamer stemde vandaag in met het wetsvoorstel geweldsaanwending opsporingsambtenaar van minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid), dat een wettelijk kader introduceert voor de beoordeling van geweldgebruik door opsporingsambtenaren, zoals politieagenten, officieren van de Koninklijke Marechaussee en Boa‘s die bevoegd zijn geweld te gebruiken. De wet regelt naast een aparte strafbaarstelling ook de introductie van een feitenonderzoek en behandeling door één rechtbank van zaken tegen opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt.
In het huidig wettelijk stelsel komt de unieke positie van de opsporingsambtenaar onvoldoende tot uiting. Anders dan bij burgers, verwacht de overheid van opsporingsambtenaren dat zij onder voorwaarden geweld gebruiken als onderdeel van het uitoefenen van hun taak, bijvoorbeeld om de situatie weer veilig te maken. Een nieuw wettelijk kader is daarom speciaal gericht op de taak en bevoegdheid van de opsporingsambtenaar. Het uitgangspunt van het optreden van een opsporingsambtenaar is in alle gevallen de-escalatie. Als het echt niet anders kan, en na daartoe gewaarschuwd te hebben, kan de opsporingsambtenaar geweld toepassen. Over elke vorm van geweld moet de agent verantwoording afleggen. Als geweld tot (zwaar) lichamelijk letsel of de dood heeft geleid, wordt altijd onderzoek verricht door de Rijksrecherche of de afdeling VIK (Veiligheid, Integriteit en Klachten) van de politie.
Aparte strafbaarstelling
Als opsporingsambtenaren zich niet aan hun geweldsinstructie houden (dat zijn regels die gelden voor het gebruik van geweld), kunnen zij hiervoor gestraft worden. Dat nieuwe delict heet ‘schenden van de geweldsinstructie’). De straffen lopen op tot maximaal 3 jaar.
Daarnaast blijft het mogelijk om opsporingsambtenaren te vervolgen voor de al bestaande geweldsdelicten, zoals mishandeling en doodslag. De maximale straffen voor geweldsmisdrijven zijn voor iedereen in Nederland gelijk. Dus als een agent voor mishandeling of doodslag wordt gestraft kan hij dezelfde straf krijgen als ieder ander die daarvoor door de strafrechter zou worden veroordeeld.
Behandeling door één rechtbank
Verder regelt de wet dat zaken tegen opsporingsambtenaren die geweld hebben gebruikt in de toekomst worden behandeld door de rechtbank Midden-Nederland. Zo wordt ervoor gezorgd dat de betrokken rechters zich kunnen specialiseren in dit soort zaken.
Introductie feitenonderzoek
Tenslotte wordt het feitenonderzoek geïntroduceerd. In het feitenonderzoek kan onderzoek worden gedaan naar geweldgebruik door opsporingsambtenaren, zonder dat de opsporingsambtenaar daarbij direct als verdachte wordt aangemerkt. Zodat er voldoende rekening gehouden kan worden met de unieke positie van de opsporingsambtenaar in het wettelijk stelsel. Binnen dit kader zal onderzoek worden gedaan door de rijksrecherche naar geweldgebruik dat ernstig letsel tot gevolg heeft gehad of waarbij het vuurwapen is gebruikt. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat de opsporingsambtenaar zich niet heeft gehouden aan de geweldsinstructie, kan het openbaar ministerie een regulier strafrechtelijk onderzoek starten. Dan wordt de betrokken opsporingsambtenaar als verdachte aangemerkt.
De wet treedt in werking als alle opsporingsambtenaren zijn opgeleid conform de nieuwe geweldsinstructie. Zoals het er nu naar uitziet is dat op 1 juli 2022. Meer informatie over de wet is te vinden op QenA’s Geweldsaanwending Opsporingsambtenaar | Publicatie | Rijksoverheid.nl.

 

Bron: De Rijksoverheid

Lees verder... 12-5-2021

Communiqué betreffende film ‘De Oost’

Communiqué betreffende film ‘De Oost’

Reactie van het Veteranen Platform betreffende de film "De Oost" en het bijbehorende lespakket.

lees het communiqué hier


Bron: Veteranen Platform

Lees verder... 12-5-2021

Opnieuw minder inklimmers gepakt in Hoekse haven

De Koninklijke Marechaussee heeft in de eerste drie maanden van dit jaar 50 inklimmers uit vrachtwagens gehaald in Hoek van Holland.
Dat zijn er heel wat minder dan vorig jaar, toen in dezelfde periode 80 inklimmers werden gepakt.
Dit blijkt uit nieuwe cijfers van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Inklimmers zijn vreemdelingen die verstopt via Nederlandse havens illegaal de oversteek willen maken naar Engeland. Dat doen zij voornamelijk door zich te verstoppen in vrachtwagens van transportbedrijven. Veel van hen komen uit Albanië, Afghanistan of Vietnam.
Het aantal vreemdelingen dat wordt gepakt, neemt al een aantal jaar af. De coronamaatregelen, waaronder het sluiten van grenzen, hebben in het afgelopen jaar voor een extra daling gezorgd.


Bron: WOS

Lees verder... 11-5-2021

Militairen mogen zich best meer uitspreken en laten zien in Nederland

Militairen mogen zich best meer uitspreken en laten zien in Nederland
Samenwerking van de krijgsmacht met andere veiligheidsorganisaties kan een stuk beter, stelt Annelies van Vark, promovendus in Leiden en adviseur van de Koninklijke Marechaussee.
Na het interview met vier operationeel commandanten van de krijgsmacht (Trouw, 2 april) is in deze krant een discussie ontstaan over de noodzaak het Defensiebudget te verhogen (Opinie, 19 april), dat juist niet te doen (Opinie, 15 april) of het budget anders te besteden (Opinie, 6 en 11 april).
Voor- en tegenstanders gaan daarmee voorbij aan het opmerkelijke feit dat de commandanten zich überhaupt uitspreken. Dat is in de Nederlandse context niet gebruikelijk. We hebben in dit land een wat moeizame relatie met onze krijgsmacht, die we bij voorkeur niet willen zien (geen ‘groen op straat’) en zo veel mogelijk legeren op kazernes in de periferie van het land. De opschorting van de dienstplicht en de inzet van de krijgsmacht voor missies in (post-)conflictgebieden hebben sinds de jaren negentig van de vorige eeuw bijgedragen aan deze onzichtbaarheid binnen de landsgrenzen.
Laatste redmiddel
Ook binnen de krijgsmacht zien we deze cultuur terug. In de samenwerking met civiele partners stelt de krijgsmacht zich vooral op als leverancier, die levert waar de klant om vraagt, in plaats van als gelijkwaardige partner. Civiele partners zien de krijgsmacht als laatste redmiddel, die pas wordt ingezet als alle alternatieven uitgeput zijn. Militairen zijn vanaf 2014 enkele jaren letterlijk onzichtbaar geweest in het straatbeeld, omdat zij vanwege de terroristische dreiging niet in uniform van en naar hun werk mochten reizen. Als er al opiniebijdragen in kranten verschijnen, is het vrijwel uitsluitend van militairen buiten dienst.
Verwonderlijk is het dan ook niet dat de commandanten het lastig vinden om zich publiekelijk uit te spreken. En toch is dat nu juist wat nodig is. Zij kunnen als militair professionals immers bij uitstek verwoorden waartoe de krijgsmacht in staat is of zou moeten zijn met het oog op de dreigingen die op ons afkomen. Niet alleen buiten de landsgrenzen, maar ook daarbinnen. De grote veiligheidsvraagstukken van deze tijd houden zich immers niet aan landsgrenzen. Denk bijvoorbeeld aan ­georganiseerde criminaliteit, terrorisme, maar ook pandemieën, zoals we het afgelopen jaar gemerkt hebben.
In Noord-Europese landen als Zweden en Finland beschikt men over een integrale veiligheidsstrategie, waarin naast de overheid ook ­bedrijven, maatschappelijke organisaties en burgers worden betrokken. Een dergelijke strategie vergemakkelijkt de verdeling van schaarse ­veiligheidscapaciteiten en voorkomt dat verschillende organisaties naast elkaar vergelijkbare capaciteiten ­opbouwen.
Rechtsstaat
Dan kan het ook zo zijn dat bepaalde capaciteiten alleen civiel, of juist alleen militair worden georganiseerd, ten dienste van het grotere geheel. Of dat schaarse capaciteiten gebundeld worden in een gemeenschap­pelijke reserve die ten dienste van meerdere organisaties staat. Natuurlijk vindt de inzet daarvan altijd ­onder civiele verantwoordelijkheid plaats, zoals past in een democratische rechtsstaat.
Een interdepartementale werkgroep begint aan de ontwikkeling van een rijksbrede veiligheidsstra­tegie, zoals is te lezen in een Kamerbrief van 10 februari. Die strategie had er natuurlijk allang moeten zijn. In 2017 adviseerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een ‘algemene raad voor de veiligheid’ in te voeren. Een ‘planbureau voor de veiligheid’ zou de besluitvorming moeten ondersteunen. Een motie daarvoor van CDA en ChristenUnie werd vorig jaar bij de Algemene Politieke Beschouwingen vrijwel Kamerbreed aangenomen, maar is door het demissionaire kabinet doorgeschoven naar het volgende kabinet.
In de totstandkoming van zo’n strategie dient de krijgsmacht volwaardig betrokken te worden. Bescheidenheid siert de mens, maar binnen de grenzen van onze democratische rechtsstaat mag de militaire stem best wat luider klinken.


Bron: Trouw

Lees verder... 11-5-2021

Kijk vanavond naar Nieuwsuur Nederland 2 om 21.30 uur

Maluku4Maluku gaat aangifte doen tegen Jim Taihuttu en zijn zakenrelaties wegens "groepsbelediging" en "haatzaaien" tegenover Molukkers, Indo's en Nederlandse slachtoffers en alle wapenbroeders oftewel veteranen. En hun partners en kinderen zoals is opgenomen in de Nederlandse Veteranenwet! Kijk vanavond naar Nieuwsuur Nederland 2 om 21.30 uur #OraEtLabora #Maluku4Maluku OPGEVEN IS GEEN OPTIE! 
klik hier voor meer informatie

 
Bron: Maluku4Maluku

Lees verder... 9-5-2021

Altijd op de hoogte? Meld u aan voor de wekelijkse nieuwsbrief

Over Stichting Marechaussee Contact

De Stichting Marechaussee Contact (SMC) is opgericht om een muur van vrienden te vormen rond de Koninklijke Marechaussee. Toegankelijk voor iedereen, die op de hoogte wil blijven van het reilen en zeilen van het Wapen. Het SMC-embleem staat voor de gendarmeriegedachte (de granaat), de verbondenheid met en de trouw aan het Koningshuis (de kroon) en de bereden oorsprong (het hoefijzer).

Doelstelling

Het levendig houden van de belangstelling voor en de verbondenheid met de Koninklijke Marechaussee en het onderhouden of hernieuwen van vriendschappelijke contacten tussen hen die als militair of burger bij het Wapen, Korps Militaire Politie/Koninklijke Marechaussee en/of Korps Politietroepen dienen of gediend hebben. SMC organiseert jaarlijks twee grote reünies, verscheidene over het land verspreide bijeenkomsten en contactmiddagen. Bovendien assisteert SMC bij het organiseren van lichtingsreünies.