Verslag van twee ME'ers

Gepubliceerd op: 30-1-2021

Marco en Vincent knokten tegen relschoppers: ‘Normaal stuiven ze weg, nu kwamen ze met van alles onze kant op’
Voor het eerst sinds de krakersrellen in de jaren tachtig stonden marechaussee en politie afgelopen week tegenover totaal losgeslagen relschoppers. Marechaussee Vincent en agent Marco knokten in de Eindhovense frontlinie en voelden de extreme agressie. ,,Als ze ons te pakken konden krijgen, draaiden ze onze nek om.”
Ze zijn echt wel wat gewend en zeker niet van suiker. Maar de explosie van geweld in Eindhoven die een week vol rellen door het hele land inluidde, hebben zelfs ervaren rotten uit het vak niet eerder meegemaakt. ,,Het lijkt wel of de wereld gek is geworden, was het eerste dat ik zei tegen mijn vrouw toen ik midden in de nacht thuis kwam”, zegt sectiecommandant Marco. ,,Dit had niets meer te maken met corona”, zegt pelotonscommandant Vincent. ,,Deze gasten wilden alleen maar rellen, plunderen en slopen.”
Zondagmiddag staat Marco nog gewoon te schilderen als aan het begin van de middag zijn pieper gaat. Of hij zo snel mogelijk naar het politiebureau kan komen. De leiding wil hem en zijn collega’s dan eerst nog naar het Limburgse Stein sturen waar een groep jongeren huishoudt, maar in Eindhoven loopt het al snel zo gierend uit de hand dat hij met spoed die kant op moet. Wat hij daar aantreft is onwerkelijk. Al van verre zijn dikke, zwarte rookwolken te zien. ,,De stad stond letterlijk in brand. Ik zag op het politiebureau collega’s hun gasmaskers afzetten, omdat er traangas was afgevuurd. Dat is twintig jaar geleden voor het laatst in Nederland gebeurd. De spanning was op de gezichten van iedereen af te lezen. Dan weet je, dit wordt heftig.”
De extreme agressie van relschoppers hakt erin bij agenten en marechaussee: ,,Als ze ons in handen konden krijgen, draaiden ze onze nek om.” 
Zo snel als mogelijk nemen ze hun positie in bij de Boschdijktunnel. Een ‘warzone’ is het centrum van Eindhoven afgelopen week vaak genoemd. Marco en Vincent kunnen het alleen maar beamen. Alles op straat is aan diggelen. Auto’s branden. Vuilcontainers. Overal liggen straatstenen, veel ruiten zijn ingegooid en winkels geplunderd.
Marco en zijn collega’s stuiten op een uitzinnige menigte op zo’n dertig meter afstand. Hij ziet hoe relschoppers straatstenen uithalen en stukgooien. Voortdurend scant Marco hun handen om te zien of de projectielen zijn kant opkomen. Sommige raddraaiers maken hun riem los om als wapen te kunnen gebruiken. Er loopt zelfs iemand met een kruk te zwaaien. De relschoppers verstoppen hun hoofd in grote capuchons en dragen mondkapjes. Marco ziet alleen hun ogen, maar de extreme agressie die daar uit spreekt, zegt hem genoeg. ,,Ik wist zeker; als ze ons te pakken konden krijgen, draaiden ze onze nek om.”
Natuurlijk grijpt Marco die gedachte weleens naar de keel. ,,Mijn brein schreeuwde soms, wat doe ik hier? Maar weggaan is geen optie. Als ik om mij heen kijk en overal de ruiten eruit zie liggen dan gaat het niet gebeuren dat wij hier vertrekken voordat het weer rustig is.”
Met charges proberen ze de relschoppers te verdrijven. Maar dan gebeurt er iets dat Marco nooit eerder meemaakte. Normaal gesproken stuiven relschoppers weg, als hij met zijn collega’s en de lange wapenstok voorwaarts gaat. Nu niet. ,,Ze kwamen gewoon onze kant op en sloegen met alles wat ze konden vinden in op onze linie. Natuurlijk kregen ze rake klappen terug en uiteindelijk gingen ze wel achteruit, maar deze agressie was een hele rare gewaarwording.”
Als later de imposante waterwerper uitvalt, omdat een onverlaat een fiets onder het gevaarte gooit en een band lek raakt, is het even alle hens aan dek. De twee enorme waterspuiten drijven probleemloos relschoppers uit elkaar, waardoor Marco en zijn collega’s veilig kunnen oprukken. Nu moeten ze wachten en ruiken relschoppers hun kans. Ze belagen het station en plunderen winkels. ,,Toen schoot het echt wel even door mij heen; als dit maar goed gaat. Maar al snel komt de rationaliteit terug en vertrouw je op je eigen uitrusting. We hadden altijd nog traangas voor het geval dat.”
Marechaussee en politie stonden zij aan zij tegenover een uitzinnige menigte relschoppers.
Pelotonscommandant Vincent neemt ondertussen positie in bij de Sint Catharinakerk aan de andere kant van het centrum waar een deel van de relschoppers naar toe is getrokken. Bijna nooit hoeft deze bijzondere eenheid van de marechaussee bij te springen, maar omdat er aanwijzingen zijn dat er heftige rellen kunnen uitbreken, doet de politie een dringend beroep op ze. Assisteren doen ze wel vaker, maar dat er meerdere pelotons worden opgeroepen is voor het eerst sinds de krakersrellen in de jaren tachtig.
Dat Vincent uitgerekend in zijn geliefde Eindhoven op linie door de straten moet, had hij nooit verwacht. ,,Het was bizar en surrealistisch. Ik kom hier weleens op de terrassen voor een kop koffie, maar nu lagen er overal stenen, werd er met vuurwerk gegooid en waren winkels geplunderd. Zo ken ik Nederland niet.”
De relschoppers spelen een kat-en-muisspel met de marechaussee. Vincent ziet hoe ze elkaar opjutten en uit zijn op een confrontatie,. Af en toe gooien ze een steen, maar als zijn ploeg oprukt, stuiven ze vaak weg.
Relschoppers gooiden met alles wat ze kunnen vinden. 
Echt beseffen in welke heksenketel de twee mannen terecht zijn gekomen doen ze niet op dat moment. Ze zijn bezig met het redden van hun eigen lijf. Pas later als ze de beelden zien die ook heel Nederland opschrikken, dringt door hoe heftig dit is geweest. Marco moet denken aan die scène waarin een politiepaard ten val komt en een collega gewond raakt. ,,Mijn maag draait om als ik dan ook nog relschoppers hoor joelen en ze er een steen achteraan gooien.”
Maar ook de beelden van de waterwerper die een vrouw vol in het gezicht spuit, waardoor ze tegen een muur smakt, raken hem. ,,Ontzettend akelig. Ik gun haar dit absoluut niet. We zijn er niet op uit om welwillende mensen een portie klappen te verkopen omdat ze binnen ons bereik komen. Maar tegelijkertijd vraag ik mij wel af wat ze daar nog doet. Iedereen is meerdere keren gewaarschuwd weg te gaan. Hoe vaak moeten we dat zeggen?”
Ook komen de vragen. ,,Hoe haal je het in je hoofd om dit soort capriolen uit te halen? Ik kan er met mijn hoofd niet bij. Zijn we zo diep gezonken in de coronacrisis dat dit dan de reactie is? Of zijn het gewoon mensen die hun rel missen?” zegt Vincent.
Zes dagen later lijkt de rust terug, al blijven politie en marechaussee ook komende dagen nog op hun hoede. Op de bureaus worden taarten en kaarten bezorgd. Een enorme opsteker, vindt Marco. ,,Het sterkt mij in het gevoel dat we niet achteruit zijn gegaan die nacht.”


Bron: AD

Altijd op de hoogte? Meld u aan voor de wekelijkse nieuwsbrief