Reorganiseer het stelsel van bewaken en beveiligen

Gepubliceerd op: 8-2-2022

Het lot van Tahmina, de geheime liefde van Peter R. de Vries, is hartverscheurend. Tahmina Akefi vluchtte ooit als kind uit het Afghanistan van de Taliban (jihadistische opiumhandelaren) om te ontsnappen aan de heerschappij van willekeur en misdaad. Afgelopen zomer werd Tahmina’s lot in een democratische rechtsstaat beslist door willekeur en misdaad (criminele cocaïnehandelaren). Terecht ontzenuwde Akefi genadeloos het falende veiligheidssysteem in een WNL-documentaire.
Het stelsel van bewaken en beveiligen faalde in de voorbije twintig jaar meerdere keren: Pim Fortuyn, Theo van Gogh, de broer van kroongetuige Nabil B., Derk Wiersum, Peter R. de Vries et cetera. Wat deed de overheid? Nog steeds is er geen reflectie en geen teken van een reorganisatie! Al voor de moord op De Vries werd de commissie-Bos ingesteld om het stelsel van bewaken en beveiligen te evalueren.
Het bewaken en beveiligen draait om twee zaken: om een risico- en dreigingsanalyse omtrent personen en objecten, én om de organisatie van de beveiliging. Op alle niveaus werkt het systeem niet optimaal. Toch maakte de commissie-Bos geen kritische analyse en beval ze geen reorganisatie van het beveiligingsstelsel aan. En de politici? Zij verschuilen zich achter de commissies die zij zelf ooit hebben ingesteld.

Dweilen
Een risico- en dreigingsanalyse betreft in beginsel niet een voorspelbare, maar een voorstelbare dreiging. Bij een acute voorspelbare dreiging moet men onmiddellijk een aantal vergaande maatregelen nemen voor de beveiliging van de bedreigde persoon of het object en voor het aanpakken van de dreigingsbron. Dit werkt meestal bij een niet mondiale ideologische dreiging. Bij een jihadistische dreiging is echter de uitschakeling van de dreigingsbron, in geval dat iemand vanuit deze ideologie als doelwit wordt beschouwd, niet mogelijk: het is dweilen met de kraan open.
De voorstelbare dreiging betekent dat, vanuit het perspectief van de bedreigers, een aanslag op de bedreigde voorstelbaar en legitiem is. De verwaarlozing van het voorstelbare element kostte Theo van Gogh het leven. De dreiging op De Vries was daarentegen voorstelbaar en voorspelbaar. Wie is hiervoor bestuurlijk verantwoordelijk? Een wirwar van autoriteiten: de burgemeester, de officier van justitie, de politie Amsterdam, de politie van de woonplaats of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)?

Onzinnig onderscheid
De status van de bedreigde was altijd een issue voor de overheid. Volgens de wet moest de rijksoverheid (rijksdomein) slechts een aantal personen (zoals het Koninklijk Huis, diplomaten, politici, wethouders et cetera) beveiligen. Alle andere mensen, dus de overgrote meerderheid van de Nederlanders, vielen dan als tweederangsburgers onder het decentrale domein (de politiekorpsen). Dus, het leven van Van Gogh en De Vries viel onder het gezag van de gemeente Amsterdam, met alle gevolgen van dien.
Naar aanleiding van mijn zaak in 2005 werd de wet gewijzigd, waardoor ook anderen, dus de ’gewone’ mensen, tijdelijk aan het rijksdomein kunnen worden toegevoegd. Met de vorming van de Nationale Politie dacht men de oplossing te hebben gevonden: iedereen valt onder het totale bereik van de Nationale Politie. Maar men heeft het nagelaten om dat onzinnige onderscheid tussen politici en anderen af te schaffen.

Zelfstandige zuil
Ook de organisatie van de beveiliging is verkeerd ingericht: de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB, een politieonderdeel) voor het rijksdomein en de lokale politie voor het decentrale domein. En omdat de politie ondanks 63.000 medewerkers personeel tekortkomt, moet ook de marechaussee (KMar) participeren aan beveiligingstaken. Naast politie en marechaussee zijn er ook nog de private beveiligingsbedrijven die regelmatig voor de beveiliging worden ingezet. Dit versnippert het stelsel van gezag en de uitvoering heeft nooit goed kunnen functioneren.
Er is dus behoefte aan een zelfstandige zuil voor het bewaken en beveiligen. Om diverse functionele redenen zou het juist verstandig zijn om de nieuwe dienst van bewaken en beveiligen, die ook vaak buiten de grenzen van Nederland moet opereren, niet onder te brengen bij de politie of de NCTV. De KMar is de aangewezen organisatie om de dienst van bewaken en beveiligen te organiseren en te leiden. Hierdoor draagt eindelijk een aantal aanwijsbare personen (en één organisatie) de maatschappelijke, bestuurlijke en politieke verantwoordelijkheid. Daarmee wordt ook de DKDB een onderdeel van deze nieuwe dienst.
Ook kan men verschillende vormen van bewaking en beveiliging ontwerpen, waardoor de beveiligde persoon niet in een star model gevangen komt te zitten. Dat is wat Peter R. de Vries wenste: ’niet een alles-of-nietssysteem’ onder leiding van diverse overheidsinstellingen. In de strijd tegen het jihadisme en de georganiseerde misdaad is een bewakingsorganisatie met een heldere commandostructuur en politieke verantwoordelijkheid nodig.

Reorganiseer het stelsel van bewaken en beveiligen!


Bron: De Telegraaf

Altijd op de hoogte? Meld u aan voor de wekelijkse nieuwsbrief