Gepubliceerd op: 5-3-2022
De Oekraïne-crisis bereikt in dagen wat pleitbezorgers voor een ruimer defensiebudget decennialang niet lukte. Een Kamermeerderheid ziet door de Russische dreiging dat veiligheid een prijs kent. Als het geld er komt, is het ministerie van Defensie dan in staat extra geld uit te geven en waaraan kan dat het beste worden besteed?
Het valt niet meer voor te stellen, maar toen de Algemene Rekenkamer in 2016 concludeerde dat de krijgsmacht niet in staat was het eigen grondgebied te verdedigen –volgens de Grondwet de eerste hoofdtaak – brak er geen tumult uit. De Tweede Kamer eiste geen spoeddebat, de Commandant der Strijdkrachten lanceerde geen actieplan en minister Hennis’ positie was geen moment in gevaar.
Hoewel het Rekenkameroordeel van 2016 nog grotendeels actueel is, defensiedeskundigen aanhoudend bleven waarschuwen voor het terugkerende Russische gevaar en vlak voor de verkiezingen de militaire top de alarmbel luidde over de belabberde gesteldheid van de krijgsmacht, maakte in Den Haag vrijwel niemand zich al te druk om Defensie, merkte CDA-Tweede Kamerlid en reserveofficier Derk Boswijk.
Roepende in de woestijn
„Tijdens werkbezoeken zijn er altijd maar twee partijen, bij een commissievergadering maximaal vier”, vertelt de christendemocraat. Hij voelde zich een roepende in de woestijn met zijn pleidooien over het belang van Defensie.
Tot deze week. Nadat de Russen Oekraïne waren binnengerold, nam de Tweede Kamer een D66-motie aan die het kabinet oproept te onderzoeken hoe Nederland sneller kan voldoen aan de financiële belofte die ons land in 2014 aan de NAVO deed; twee procent van het Bruto Binnenlands Product aan defensie besteden.
Het zou betekenen dat er jaarlijks 5 miljard euro structureel bij de begroting van krap 13 miljard moet. Het kabinet wilde in het coalitieakkoord niet verder gaan dan 3 miljard. Binnen Defensie wordt de motie gezien als een doorbraak. Het moment waarop de boodschap dat veiligheid een prijs kent, doordringt.
Zo voelde het deels. Zeker omdat de roep ook komt van partijen die een paar weken geleden nog vonden dat er wel een paar miljard af kon”, zegt overste Niels van Woensel. Hij is voorzitter van de Nederlandse Officierenvereniging. „Tegelijkertijd ben ik wel bang dat nog niet is doorgedrongen dat een grote zak geld niet genoeg is om snel alle problemen op te lossen. Daarvoor zijn we te ver weggezakt.”
Vacatures
De krijgsmacht heeft zowel personeel als materieel het huis niet op orde. Er zijn bijna negenduizend militaire vacatures, een op de vier functies is onvervuld. Wat ten koste gaat van de slagkracht. Het lukt maar mondjesmaat het tij te keren. Tegen 1900 nieuwkomers in de eerste helft van 2021 – het meest recent beschikbare cijfer – stonden bijna 1500 vertrekkers. Tegelijkertijd lukte het onder het vorige kabinet niet een cao af te sluiten waarmee bonden en hun leden tevreden waren. Grote interne frustraties waren het gevolg.
Vakbondsvoorzitter Niels van Woensel stelt dat een goede cao met aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden er snel moet komen om ervaren personeel te behouden en op de gespannen arbeidsmarkt mensen binnen te halen. Op dit punt was de politiek al voor Oekraïne overtuigd. De nieuwe staatssecretaris Christophe van der Maat ziet de cao als zijn eerste doel en heeft een een half miljard om dit voor elkaar te krijgen.
Defensiedeskundige Michiel de Weger vindt dat Defensie daarnaast creatief moet zijn. Hij stelt dat de krijgsmacht op alle manieren mensen aan zich hoort te binden, bijvoorbeeld met premies, en afgelopen jaren vertrokken personeel moet proberen terug te halen. Ook vindt hij dat er meer moet worden ingezet op reservisten. Iets wat Defensie al jaren als oplossing presenteert, maar dat in de eerste helft van vorig jaar niet meer dan vijfhonderd mensen opleverde.
Daarnaast vindt De Weger dat externe inhuur van oud-militairen moet worden omarmd. Zo zijn enkele tientallen mensen bij Defensie actief, maar intern is niet iedereen er even enthousiast over. „Dat moet je gewoon doen. In de Verenigde Staten is het inhuren van contractors heel normaal. Dat moet het hier ook worden”, vindt De Weger.
Uitgewoond huis
Materieel kijkt de krijgsmacht letterlijk en figuurlijk tegen een uitgewoond huis aan. Kazernes zijn verouderd en moeten vernieuwd worden, net als een flink aantal marineschepen en delen van het militaire wagenpark bij de landmacht. Over sleutelprojecten zoals nieuwe onderzeeboten en fregatten werd afgelopen jaren vooral gepraat. Tot een contract, laat staan de start van de bouw, kwam het niet.
Dat moet anders, vindt Niels van Woensel. „Om klaar te zijn voor de verdediging van ons grondgebied en dat van de bondgenoten moeten we zo snel mogelijk op orde brengen wat we hebben, compleet met de medische en logistieke ondersteuning waar gevechtseenheden niet buiten kunnen”, vat de officier samen. „Er is afgelopen jaren wel het een en ander gekocht aan reservedelen en munitie, maar het is nog niet genoeg voor operaties in het kader van de eerste hoofdtaak. Je moet hiermee haast maken, want je zal nu zien dat alle NAVO-landen hetzelfde gaan doen, waardoor schaarste ontstaat.”
Voor grote materieelprojecten geldt dat het binnen de huidige spelregels van aanbestedingen niet gaat lukken om de boel snel op orde te krijgen. Als je dat wil, zal je dus iets aan die regels moeten doen. Door bijvoorbeeld meer ruimte te pakken binnen de Europese wetgeving en een contract sneller te gunnen. Of meer van de plank te kopen in plaats van jarenlange trajecten om tot maatwerk te komen”, aldus Van Woensel.
„En ik snap dat nu niet in één keer alles overboord gegooid moet worden, maar de mindset kan wel veranderen. Ik denk dat die ruimte er is; er wordt in Europees verband nu over gesproken. Bij veel projecten die niet van de grond kwamen, was de oorzaak uiteindelijk ook financieel. Mijn inschatting is daarom dat met meer budget er sneller successen kunnen worden geboekt.”
’Alles is veranderd’
Het verhaal dat Van Woensel afsteekt, klinkt doortimmerd. Hij heeft er afgelopen dagen goed op kunnen oefenen als gast in talkshows. Waar het tot voor kort bijna nooit over Defensie ging. Op sociale media was de overste met zijn stoppelbaardje onder vrouwen een hit. Van de grote onbekende, in eigen ogen zelfs onbeminde, is de Nederlandse militair ineens weer een potentiële redder in nood. Niels van Woensel is er niet ongelukkig mee, vooral niet door het politieke momentum wat het de krijgsmacht oplevert.
Tegelijkertijd erkent de vakbondsvoorzitter dat ook hij moeite heeft te wennen aan de snelheid waarmee de nieuwe werkelijkheid zich aandient. Dat Duitsland bijvoorbeeld ruim 75 jaar militaire terughoudendheid overnachts over boord heeft gekieperd, de officier kan er maar lastig bij. Tegelijkertijd vindt hij dat ook de Nederlandse politiek bereid moet zijn het ingezette beleid aan te passen.
Bron: De Telegraaf
Als SMC'er ontvangt u zes keer per jaar het rijk geïllustreerde tijdschrift Marechaussee Contact.
Meld u meteen aan om mee te doen!
Politie en marechaussee rukken uit naar azc in Baarn voor melding van steekincident
650 mensen geweigerd aan grens tijdens bijna twee jaar durende grenscontroles
Explosief materiaal Vliegbasis Eindhoven weggehaald
Nieuwe zoekhulp over de Koninklijke Marechaussee
Veel schade door botsing auto’s bij Voorthuizen; Apeldoornsestraat uur dicht
Twee mannen rennen over de snelweg na controle door Marechaussee: helikopter ingezet