Opinie: Een sabel uitreiken aan de nieuwe minister van Defensie? Dat kan zo niet

Gepubliceerd op: 5-3-2026

Minister Yesilgöz kreeg bij haar aantreden de klewang uitgereikt van haar voorganger. We moeten af van deze achteloze koloniale symboliek, stelt Merlijn van Leerzem.

Dit is een ingezonden opiniestuk. Het standpunt in dit artikel is niet per definitie ook het standpunt van Trouw.
Vorige week zag Nederland een opmerkelijk ritueel: op het ministerie van Defensie droeg Ruben Brekelmans de symbolische klewang over aan Dilan Yesilgöz. Deze sabel vindt zijn ontstaansgeschiedenis in de bloedige Atjeh-oorlog (1873-1942). Maar terwijl de koning en premier recent nog hun excuses aanboden voor excessief geweld tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, lijkt dit symbool bij Defensie immuun voor discussie.

Een symbool is nooit neutraal, zo ook niet deze klewang. Het wapen werd overgenomen van de Atjeh-bewoners door de Nederlandse marechaussee vanwege de effectiviteit in junglegevechten. De Atjeh-oorlog – koloniaal-eufemistisch ‘pacificatie’ genoemd – vormt een onbekend dieptepunt uit de Nederlandse koloniale geschiedenis, met naar schatting honderdduizend Atjehse slachtoffers.

De Koninklijke Marechaussee voegde het wapen in 1898 officieel toe aan de uitrusting onder leiderschap van de gevreesde gouverneur Jo van Heutsz. Hij leefde zijn credo ‘Hard toeslaan, zonder wankelmoedigheid’ vol overtuiging na met grof militair geweld.

Ondanks deze dubieuze ontstaansgeschiedenis vervult de klewang nog verschillende symbolische functies. Tijdens de ministersoverdracht wordt het wapen overhandigd als symbool voor de Koninklijke Marechaussee en de commandant van het Regiment Van Heutsz – vernoemd naar – mag een klewang nog altijd dragen.

Imperiale oorsprong
Het achteloos overdragen van dit wapen past niet bij de symbolische functie ervan. Weliswaar werd de klewang nog enkele decennia en ook buiten de imperiale sferen ingezet, maar de imperiale oorsprong, inzet in Atjeh en de morele schuld die aan die oorlog kleeft, mogen niet worden losgetrokken van dit voorwerp. Dan ontken je dat symboliek gevoelens en geschiedenis kan oproepen.

Politicoloog Christopher Daase beschrijft onze tijd als een ‘age of apology’, waarin historische wandaden niet langer genegeerd kunnen worden. Een minister die de klewang overdraagt, doet dit bovendien niet als persoon, maar als vertegenwoordiger van een collectief met een lange geschiedenis. Het stilzwijgend en breed glimlachend overhandigen van de klewang past niet bij die verantwoordelijkheid.

Volgens Daase is de eis helder: wie de vruchten van de nationale trots wil plukken, moet ook de last van de nationale schaamte durven dragen. Je kunt de geschiedenis van de krijgsmacht niet selectief consumeren door de klewang enkel als symbool voor ‘dapperheid’ van de Marechaussee te vieren.

Quote van .De klewang is niet enkel symbool voor ‘dapperheid’ van de Marechaussee
De klewang moet dus uit de sfeer van het onbesproken ritueel worden gehaald. Laat het in plaats daarvan aanleiding vormen tot gesprek: weten we eigenlijk wel genoeg over de Atjeh-oorlog? En hoe leeft het koloniale verleden door in onze identiteit door dergelijke symbolen? Pas dan zien we de klewang niet meer alleen als ceremonieel object, maar als symbolische confrontatie met ons verleden.

 

Bron: Trouw

Altijd op de hoogte? Meld u aan voor de wekelijkse nieuwsbrief